Gratis intake

Beleggen in de bv

Een ETF waarderen als vbi of fbi

28 augustus 2026 Leestijd 10 minuten Financieel Scherp

Belegt je bv in trackers, dan is de vraag niet alleen welk fonds je koopt, maar ook welke fiscale status dat fonds heeft. Of het een vrijgestelde beleggingsinstelling is, een fiscale beleggingsinstelling of geen van beide, bepaalt hoe je de stukken op de balans zet en wat je over het rendement betaalt.

Dit is specialistische stof, en de gevolgen van een verkeerde inschatting zijn niet klein. We lopen langs de twee bijzondere regimes, leggen uit waarom de status voor een bv zwaarder telt dan veel ondernemers verwachten, en zetten op een rij hoe je in de praktijk waardeert. Aan het slot staat kort wat het betekent voor de particuliere belegger in box 3, want daar liggen de regels net anders.

Twee bijzondere regimes: vbi en fbi

Nederland kent twee fiscale regimes voor collectieve beleggingsvehikels. Ze lijken op elkaar in doel, namelijk beleggen zonder dubbele heffing, maar verschillen sterk in de uitwerking.

De fiscale beleggingsinstelling, de fbi, betaalt nul procent vennootschapsbelasting. Daar staat een doorstootverplichting tegenover: de winst moet binnen acht maanden na het boekjaar worden uitgekeerd aan de aandeelhouders. Op die uitkering houdt de fbi dividendbelasting in. Er gelden ook eisen aan de aandeelhouders en de financiering. Veel beursgenoteerde en institutionele fondsen maken van dit regime gebruik.

De vrijgestelde beleggingsinstelling, de vbi, is volledig vrijgesteld van vennootschapsbelasting en houdt geen dividendbelasting in op haar uitkeringen. Daar staan strikte voorwaarden tegenover. De vbi moet een open-end beleggingsinstelling zijn, beleggen in financiële instrumenten, het risico spreiden en mag geen gewone onderneming drijven. In de praktijk wordt de vbi vooral gebruikt als beleggingsvehikel, bijvoorbeeld in de vorm van een open fonds voor gemene rekening.

KenmerkFbiVbiRegulier fonds
Vennootschapsbelasting0 procentVrijgesteldNormaal belast
Dividendbelasting op uitkeringJa, inhoudingNeeAfhankelijk van vestiging
DoorstootverplichtingJa, binnen 8 maandenNeeNee
Typisch gebruikBeursgenoteerd, institutioneelPrivaat beleggingsvehikelBuitenlandse icbe, gewone bv

Waarom de status ertoe doet voor je bv

Voor een bv die belegt, draait het om twee mechanismen: de deelnemingsvrijstelling en de forfaitaire waardering. Beide hangen aan de status van het fonds.

De deelnemingsvrijstelling geldt hier vaak niet

Normaal is een belang van vijf procent of meer in een ander lichaam een deelneming, en zijn de voordelen daaruit, dus dividend en koerswinst, vrijgesteld van vennootschapsbelasting. Dat is de deelnemingsvrijstelling. De uitzondering: die vrijstelling geldt niet voor een belang in een vbi, en niet voor een zogenoemde laagbelaste beleggingsdeelneming. Een fonds dat als vbi kwalificeert valt er dus buiten. Koerswinst en uitkeringen zijn dan gewoon belast bij je bv.

Forfaitaire waardering bij een groter belang

Houd je een belang van vijfentwintig procent of meer in een vbi, of in een laagbelaste beleggingsdeelneming die vooral uit vrije beleggingen bestaat, dan geldt een verplichte jaarlijkse herwaardering naar de waarde in het economische verkeer. Je neemt dan een forfaitair rendement in aanmerking. In gewone taal: je rekent elk jaar met een verondersteld rendement over de waarde van het belang, of dat rendement nu is uitgekeerd of niet. Uitstellen tot verkoop kan niet. Dit is precies het mechanisme dat een vbi-belang in een bv duur kan maken.

De meeste trackers zijn geen Nederlandse vbi of fbi

Hier zit voor veel ondernemers de verrassing, en meestal een geruststellende. De breed verhandelde ETF's van de bekende aanbieders zijn doorgaans buitenlandse instellingen voor collectieve belegging, vaak gevestigd in Ierland of Luxemburg. Dat zijn geen Nederlandse vbi's of fbi's. Bovendien houd je in zo'n fonds als bv vrijwel altijd een belang van ver onder de vijf procent. De deelnemingsvrijstelling speelt dan sowieso niet, want die begint pas bij vijf procent.

Het gevolg is dat je zulke trackers als een gewone belegging behandelt. Je waardeert ze volgens goed koopmansgebruik en het resultaat valt in de vennootschapsbelasting. Toch blijft oplettendheid geboden. Een buitenlands fonds kan alsnog een laagbelaste beleggingsdeelneming zijn als je vijf procent of meer houdt, het fonds laag wordt belast en het vooral passief belegt. Dan komen de forfaitaire gevolgen weer in beeld.

Hoe je waardeert in de praktijk

De aanpak hangt dus af van de vraag of het om een deelneming gaat en of het fonds een bijzondere status heeft.

  • Geen deelneming. Bij een belang onder de vijf procent, of een fonds dat niet als deelneming kwalificeert, waardeer je volgens goed koopmansgebruik. Effecten die je aanhoudt als belegging mag je op kostprijs of lagere marktwaarde zetten, of, als je daar consequent voor kiest, op de beurskoers per balansdatum. De rode draad is een bestendige gedragslijn: kies een methode en houd die aan.
  • Groter belang in een vbi of laagbelaste beleggingsdeelneming. Bij vijfentwintig procent of meer geldt de verplichte jaarlijkse herwaardering naar waarde in het economische verkeer plus het forfaitaire rendement. Hier is geen ruimte voor uitstel.

De eerste stap is altijd de status van het fonds vaststellen. Die blijkt uit de fondsdocumentatie en de juridische structuur. Weet je het niet zeker, laat het dan toetsen voordat je de stukken in de administratie zet, want de verschillen in waardering en heffing zijn groot.

En de particuliere belegger in box 3?

Voor privé ligt het anders. In box 3 heft de fiscus forfaitair over de waarde van je vermogen, niet over je werkelijke rendement en niet over de status van het fonds. Of een tracker nu een vbi, een fbi of een gewoon buitenlands fonds is, voor de box 3-heffing telt de waarde per peildatum.

Waar de status privé wel merkbaar is, is het dividendlek. Bij een fbi wordt dividendbelasting ingehouden die je vaak kunt verrekenen, terwijl bij sommige buitenlandse fondsen bronbelasting weglekt die je niet terugkrijgt. Dat kan over de jaren aan rendement schelen. En er is een uitzondering die de moeite waard is om te kennen: houd je zelf een aanmerkelijk belang van vijf procent of meer in een vbi, dan verhuist dat naar box 2, met een forfaitair rendement over de waarde. Dat is een heel andere route dan gewoon in box 3 beleggen, en meestal een bewuste keuze.

Kort samengevat

  • Een fbi betaalt nul procent vpb maar moet uitkeren en houdt dividendbelasting in. Een vbi is vrijgesteld maar kent strikte voorwaarden.
  • De deelnemingsvrijstelling geldt niet voor een belang in een vbi of een laagbelaste beleggingsdeelneming.
  • Bij een belang van 25 procent of meer in een vbi geldt verplichte jaarlijkse herwaardering plus forfaitair rendement.
  • Breed verhandelde ETF's zijn meestal buitenlandse fondsen, geen Nederlandse vbi of fbi, en behandel je in de bv als gewone belegging.
  • In box 3 telt de waarde, niet de status. De status raakt vooral het dividendlek.
Let op. Dit artikel geeft algemene informatie en is geen fiscaal advies. De regels rond vbi, fbi en de deelnemingsvrijstelling zijn gedetailleerd en de gevolgen van een verkeerde toepassing zijn groot. Laat je situatie altijd toetsen voordat je een fonds koopt of in de administratie verwerkt.

Belegt je bv of overweeg je dat?

We beoordelen de status van je fondsen, zetten de waardering goed neer en houden je aangifte vennootschapsbelasting scherp. In een gratis intake kijken we mee naar je situatie.

Plan een gratis intake